Snel internet, je moet er wat voor overhebben

Ik begin deze blog graag met een raadsel: iedereen wil het hebben, het is overal, maar toch onzichtbaar, waar heb ik het over? Je zal dan waarschijnlijk denken: lucht. Maar nee, in de eenentwintigste eeuw heb ik het niet over lucht, maar natuurlijk internet. Iedereen in een westerse maatschappij, wil supersnel internet. Niet alleen voor op werk, maar ook ter ontspanning. Hoe krijgen we dit? Voor razendsnel internet moet je als huishouden investeren in glasvezel. Maar wat komt er allemaal kijken bij glasvezel internet? Ten eerste moet je hele straat het eens zijn over het feit dat er glasvezel internet wordt aangelegd. Dit komt omdat wanneer bewoners van een straat toegang krijgen tot internet met een download- en uploadsnelheid van 10 MB per seconde, dit niet zomaar gebeurd. Er dienen leidingen worden aangelegd. Hiervoor moeten echte mensen daadwerkelijk je straat voor je voordeur openbreken om de oude ethernet kabels te vervangen met glasvezelkabels. Deze bestaan uit een andere opbouw waardoor ze de digitale informatie een stuk sneller de wereld rond kunnen sturen. Dit is niet zonder risico’s.

BAM!

Mijn oude straat wilde ook sneller internet, het kostte niet eens een vergadering tussen de verschillende bewoners om dat duidelijk te krijgen. Sommige, al wat oudere mensen, waren het oneens over dit besluit, maar de overgrote meerderheid wilde graag glasvezel hebben. Zo gezegd zo gedaan. De week na het besproken te hebben arriveerden de bouwvakkers die de nieuwe ethernet aansluiting in de grond zouden verwerken. De transformatie zou een week duren en de bouwvakkers zouden extra lange uren maken om dit te realiseren. Deze mensen zijn gespecialiseerd in wat er onder de grond gebeurd en raken daarom bijna nooit leidingen. Ik zeg bijna nooit omdat dit precies is wat er bij ons gebeurde. Op een rustige donderdagavond zat ik samen met mijn familie aan de eettafel. Mijn moeder schepte net een kuiltje jus in haar boerenkool toen we een keiharde klap hoorden. De jus van mijn moeder brak vrij uit zijn kuiltje en vulde haar bord. Mijn vader schoof zijn stoel met een noodgang naar achter en rende naar de voordeur, gevolgd door mijn jongere broertje en natuurlijk mijzelf. Toen hij de deur open zwaaide schreeuwde hij het uit. Hij kreeg pardoes een straal water in zijn gezicht gespoten. Hij viel naar achteren en mijn broertje en ik duwde de voordeur dicht. Het bleek dat de bouwvakkers een leiding hadden geraakt die vlak voor onze deur lag. Toen de voordeur gesloten hadden keken we naar onze kletsnatte vader, die in de lach schoot. De lek was binnen vijf minuten gefixt en diezelfde avond hadden we weer water. Je moet wat overhebben voor supersnel internet.

Geef een reactie